Let op bij het aangaan van een overeenkomst via WhatsApp

Enige tijd terug schreef ik over een rechtszaak waarin de vraag centraal stond of WhatsApp kan worden gebruikt om tot een schriftelijke koopovereenkomst te komen voor de koop van een woning? De rechter was hier van mening dat het WhatsApp bericht geen deel uitmaakt van de conceptovereenkomst noch kan worden gezien als vorm van elektronische ondertekening.

In een recente rechtszaak heeft de kantonrechter geoordeeld dat een huurovereenkomst van een bedrijfsruimte is beëindigd op grond van communicatie via WhatsApp. Er was tussen een verhuurder en een huurder een huurovereenkomst gesloten inzake een bedrijfsruimte. De betalingen van de huur blijven echter uit. Hierop vraagt de verhuurder via WhatsApp naar een verklaring aan de huurder. De huurder antwoord kortgezegd dat er geen geld is om de huur te betalen. De verhuurder stelt weer via WhatsApp een oplossing voor aan de huurder: “Ik ben bereid om je tegemoet te komen en het contract te verbreken, maar je hangt wel voor die 2 maanden en deze zul je moeten betalen”. De huurder gaat akkoord met dit voorstel. De verhuurder geeft de volgende dag, weer via WhatsApp aan dat de huur gewoon doorloopt wanneer er niet aan de betalingsverplichting wordt voldaan. De huurder levert uiteindelijk de sleutels in maar zonder huur te betalen.

De verhuurder start hierop een procedure en vordert bij de rechtbank Limburg dat de huurder wordt veroordeeld om de huur te betalen tot aan het einde van de huurovereenkomst. De verhuurder, zo voert hij aan, heeft immers aangegeven dat de huur zou doorlopen totdat de achterstallige huur zou zijn betaald. De huurder stelt zich op het standpunt dat de huurovereenkomst “met wederzijds goedvinden” is geëindigd via WhatsApp. Dit in de zin van art. 7:293 lid 3 BW: “Geen opzegging is vereist, indien de beëindiging geschiedt met wederzijds goedvinden, nadat de huurovereenkomst is totstandgekomen.” De kantonrechter is van oordeel dat de verhuurder in het WhatsApp-bericht zelf heeft voorgesteld om de huurovereenkomst te beëindigen. De kantonrechter staat de aanvullende eis die de verhuurder de volgende dag aan de huurder toestuurt niet toe. Beide partijen hebben immers in de vorm van een beëindigingsovereenkomst afgesproken dat de huurovereenkomst is beëindigd en dat de huurder twee maanden huur betaalt. De verhuurder kan hier vervolgens niet een dag later de voorwaarde van tijdige betaling aan toevoegen.

Wat [eiserers] doet, is op 4 mei instemmen met een beëindiging van de huurovereenkomst en op 5 mei daaraan de voorwaarde verbinden van tijdige betaling. De kantonrechter leest dat zo dat zij daarmee probeert om eenzijdig de overeenkomst te wijzigen waarmee de huurovereenkomst was beëindigd. Het wijzigen van die beëindigingsovereenkomst kan echter alleen – uitzonderingen daargelaten – als [gedaagde] daarmee instemt en dat doet ze niet.

Uit dit arrest blijkt dat een huurovereenkomst met wederzijds goedvinden kan worden beëindigd via WhatsApp. Het is daarbij van belang dat je direct alle voorwaarden neerlegt en niet later nog eens met aanvullende voorwaarden aankomt. Dit heen en weer sturen van berichten is inherent aan WhatsApp hetgeen ervoor zorgt dat je dit soort (beëindigings)overeenkomsten beter op een andere manier aangaat.


"Het blog Juridict.nl verschaft inzicht in het domein Recht en ICT. Dit zowel vanuit juridisch- als vanuit ICT perspectief."