Volgsystemen en de AVG, ontslag op staande voet

Volgsystemen en de AVG

Eerder schreef ik over de vraag onder welke voorwaarden cameratoezicht is toegestaan op de werkvloer. Daarbij ging ik in op een arrest waarin een zaak werd behandeld waarbij medewerkers werden ontslagen op grond van camerabeelden die door de werkgever in het geheim werden gemaakt. Camera’s zijn niet het enige technische hulpmiddel waarmee medewerkers in de gaten kunnen worden gehouden, zo blijkt ook uit het arrest dat ik in dit artikel behandel. In deze zaak gaat het om de toepassing van een GPS-volgsysteem.

Een werkgever die een GPS-volgsysteem wil toepassen heeft zich te houden aan de voorwaarden van onder meer de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de Uitvoeringswet AVG (UAVG). De werkgever dient een gerechtvaardigd belang te hebben waarvoor het toepassen van een GPS-volgsysteem noodzakelijk is. Hierbij dient er een afweging te worden gemaakt tussen de werkgeversbelangen en de privacybelangen van de werknemer. Vervolgens dient de betrokken medewerker geïnformeerd te worden waarom de GPS gegevens worden verzameld, wanneer dit gebeurt en om welke gegevens het gaat.

Waarover ging het geschil in deze rechtszaak?

Een werknemer is in dienst van een thuiszorgorganisatie. Voor de uitoefening van haar werkzaamheden heeft de werknemer de beschikking gekregen over een bedrijfsauto die is voorzien van een GPS-volgsysteem. Er doen zich een aantal zaken voor waardoor de  werknemer op staande voet wordt ontslagen. De werknemer is het niet eens met dit ontslag en gaat in beroep bij de kantonrechter van de rechtbank Overijssel.

Onderbouwing door GPS-volgsysteem

Er blijkt, zo stelt de werkgever, een verschil te zitten in de uren zoals de werknemer die heeft gedeclareerd en ze daadwerkelijk zijn gewerkt. De werkgever overlegd ter onderbouwing aan het ontslag een uitdraai uit het GPS systeem dat in de auto was gemonteerd. Hieruit blijkt dat de gedeclareerde uren per cliënt niet overeenkomen met de tijden dat de auto bij de desbetreffende cliënten heeft stil gestaan. Op haar beurt is de werknemer van mening dat de uitdraai uit het GPS-volgsysteem als onrechtmatig verkregen bewijs moet worden beschouwd en hiermee buiten beschouwing dient te worden gelaten.

Werkneemster meent dat de GPS-uitdraai als onrechtmatig verkregen bewijs buiten beschouwing moet worden gelaten. Zij stelt dat het gebruik van de GPS-registratie een ongerechtvaardigde inbreuk vormt op haar privacy en dat dit gebruik niet voorzienbaar, niet kenbaar, volledig willekeurig en disproportioneel is.

De werkgever heeft op de zitting toegelicht dat zij het GPS-volgsysteem niet zelf in de auto heeft geplaatst, maar dat dit is geplaatst door het verhuurbedrijf waar zij de auto aanvankelijk heeft gehuurd en later heeft gekocht. Volgens de werkgever heeft zij de

GPS-uitdraai ongevraagd toegestuurd gekregen en heeft zij deze gebruikt om een eerdere loonvordering van de werknemer te controleren. Bij deze controle is vervolgens gebleken dat werknemer onjuiste declaraties en zorgrapporten heeft ingediend, aldus de werkgever.

Onrechtmatig verkregen bewijs, of toch niet?

De kantonrechter stelt zich de vraag of er sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs. Wat hier ook van zij, ook indien wordt vastgesteld dat bewijsmateriaal door de partij die zich erop beroept onrechtmatig is verkregen, geldt gelet op hetgeen is bepaald in artikel 152 Rv niet als algemene regel dat de rechter daarop geen acht mag slaan. In beginsel wegen het algemene maatschappelijke belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, alsmede het belang dat partijen erbij hebben hun stellingen in rechte aannemelijk te kunnen maken, zwaarder dan het belang van uitsluiting van bewijs. Slechts indien sprake is van bijkomende omstandigheden is uitsluiting van dat bewijs gerechtvaardigd, zo stelt de kantonrechter. Dergelijke bijkomende omstandigheden zijn door de werknemer niet gesteld en zijn ook niet gebleken. De stelling van werknemer dat de GPS-uitdraai als onrechtmatig verkregen bewijs buiten beschouwing moet worden gelaten, wordt daarom gepasseerd door de rechtbank. De werknemer

De werknemer heeft vervolgens niet aangetoond dat de GPS-uitdraai niet deugt, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van de daarin opgenomen gegevens. De kantonrechter laat het ontslag op staande voet dan ook in stand.

En wat betreft de AVG?

Zoals ik in het begin van dit artikel al aangaf zijn onder meer de AVG en UAVG van toepassing op GPS-volgsystemen. De werkgever dient een gerechtvaardigd belang te hebben waarvoor het toepassen van een GPS-volgsysteem noodzakelijk is. Hierbij dient er een afweging te worden gemaakt tussen de werkgeversbelangen en de privacybelangen van de werknemer. Vervolgens dient de betrokken medewerker geïnformeerd te worden waarom de GPS gegevens worden verzameld, wanneer dit gebeurt en om welke gegevens het gaat. uit deze uitspraak blijkt niet of de werkgever als zodanig heeft gehandeld.

Naar mijn idee had de kantonrechter er juist aan gedaan om verder op de bepalingen uit de AVG in te gaan hetgeen ertoe had kunnen leiden dat de GPS-uitdraaien toch als onrechtmatig bewijs werden gekwalificeerd.

"Het blog Juridict.nl verschaft inzicht in het domein Recht en ICT. Dit zowel vanuit juridisch- als vanuit ICT perspectief."