AVG en het inzagerecht

Op grond van art. 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) hebben betrokkenen een inzagerecht. Dit geldt ook voor werknemers die op grond van dit artikel recht hebben op inzage in de persoonsgegevens die een werkgever van hen verwerkt.

Zo’n verzoek moet een werkgever inwilligen, zelfs wanneer de stukken al eerder aan de werknemer zijn verstrekt. Dit blijkt uit een recente uitspraak van de rechtbank Den Haag.

Werkgever weigert afgifte volledig dossier

In deze zaak gaat het om een werknemer die arbeidsongeschikt is en waarbij de UWV tot de conclusie komt dat de re-integratie niet verloopt zoals wenselijk is. De advocaat van de werknemer vraagt op 21 maart jl. een kopie op van het personeelsdossier. De werkgever stuurt vervolgens slechts een gedeelte van het dossier toe: de arbeidsovereenkomst, het ziekteverzuimreglement en de vergunning van de werkgever op grond van de Drank- en Horecawet. De werknemer wil echter, met het oog op een mediation, het volledige dossier ontvangen. De werkgever blijft de afgifte van het volledige dossier weigeren. Daarop start de werknemer een kort geding bij de rechtbank Den Haag.

Transparantiebeginsel

De werknemer beroept zich op art. 15 AVG. De werkgever draagt vervolgens twee argumenten aan waarom zij van mening is dat de ontbrekende stukken niet aan de werknemer geven hoeven te worden, namelijk omdat de werknemer reeds een kopie van die stukken heeft ontvangen en dat hij al bekend is met de gegevens die daarin staan. De rechter gaat niet mee in deze argumentatie.

De rechtbank stelt in haar beoordeling dat het transparantiebeginsel het uitgangspunt van de AVG is: iedereen moet in de gelegenheid zijn om de persoonsgegevens die over hem zijn verzameld, in te zien, en om dat recht eenvoudig en met redelijke tussenpozen uit te oefenen, zodat hij zich van de verwerking op de hoogte kan stellen en de rechtmatigheid daarvan kan controleren. Dit uitgangspunt komt terug in overweging 63 AVG. Art. 15 AVG, zo meent de rechtbank, geeft aan betrokkenen dan ook het recht op inzage en op een kopie van de persoonsgegevens zonder daaraan andere beperkingen te verbinden dan de rechten en vrijheden van anderen. De UAVG noemt een aantal uitzonderingen waarin het recht op inzage geweigerd kan worden. Deze gaan in deze zaak, kortgezegd, niet op. Verder, zo stel de kantonrechter, is in art. 15 lid 3 AVG vastgelegd dat voor het verstrekken van bijkomende kopieën geen andere kosten in rekening mogen worden gebracht dan een redelijke vergoeding op basis van de administratieve kosten. Daaruit volgt dat de betrokkene ook om een kopie kan vragen van stukken die al eerder (ooit eens) zijn verstrekt.

De kantonrechter komt tot de conclusie dat de werknemer recht heeft op het ontvangen van de ontbrekende stukken. De werkgever wordt veroordeeld tot verstrekking van die stukken, onder last van dwangsom.

"Het blog Juridict.nl verschaft inzicht in het domein Recht en ICT. Dit zowel vanuit juridisch- als vanuit ICT perspectief."