Voor ruim 19 miljoen opgelicht door CEO fraude. Geen reden voor ontslag op staande voet.

CEO-fraude

CEO-fraude wordt zo genoemd omdat een oplichter zich voordoet als de CEO van een bedrijf. Hierbij bedient hij zich van diens mailadres of een mailadres dat er sterk op lijkt en zijn handtekening. De oplichter neemt contact op met bijvoorbeeld een financieel manager of een financieel medewerker en vraagt om een urgente en vertrouwelijke betaling uit te voeren. Deze betaling gaat vaak naar het buitenland. Hierdoor is het lastiger om de betalingen te volgen of terug te halen. Oplichters maken zelfs gebuik van niet-bestaande derde partij, waar gecontroleerd kan worden dat de betaling correct is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een accountant, die kan worden gemaild of gebeld om de opdracht voor de betaling te bevestigen.

Oplichters bereiden deze acties veelal goed voor. Er wordt informatie ingewonnen via de bedrijfswebsite, door het bezoeken van LinkedIn pagina’s van medewerkers, of zelfs door vragen per e-mail of telefoon te stellen. Ook is het bekend dat bijvoorbeeld bepaalde mailadressen worden gehackt om zo informatie te verkrijgen.

Dat deze vorm van oplichting succesvol kan zijn blijkt uit de rechtszaak waarop ik in dit artikel zal ingaan. Ik ga hierbij in het bijzonder in op de arbeidsrechtelijke consequentie voor de medewerker, in deze zaak de Director Finance, die uiteindelijk overgaat tot het betalen van de door de oplichter genoemde bedragen.

Opgelicht voor 19,2 miljoen

De betreffende werknemer was recent,  sinds 1 januari 2018, in dienst getreden als Director Finance. Hij ontving in maart enkele mails die hem waren toegestuurd door de CEO van de moedermaatschappij. Hierin verzocht de CEO hem om geld over te maken naar een externe partij. In totaal heeft deze werknemer in drie weken tijd ruim € 19,2 miljoen overgemaakt. Toen deze transactief bij de moedermaatschappij werden opgemerkt, was het te laat. De organisatie was het slachtoffer geworden van CEO-fraude.

Red flags gemist

De werknemer werd na de ontdekking meteen geschorst. Een recherchebureau werd gevraagd onderzoek te doen. De werknemer bleek slachtoffer te zijn geworden van CEO-fraude.

Het is niet aangetoond dat de betreffende werknemer, actief betrokken is geweest bij de fraude. Tevens is niet aangetoond dat deze persoon, voorafgaand of gedurende de fraude, kennis van de fraude heeft gehad. De werkgever lijkt het doelwit te zijn geworden van een professionele bende van fraudeurs, welke door geraffineerde communicatie het vertrouwen van enkele medewerkers wisten te winnen. De fraudeur wist de medewerker over te halen om diverse malen een aanzienlijk geldbedrag over te maken. In totaal betreft het een bedrag van ruim € 19.200.000,-.

De Director Finance werd hierna op staande voet ontslagen. Hij zou een groot aantal “red flags” hebben gemist, zo voert de werkgever aan. De werknemer, de Director Finance, heeft vervolgens de rechter verzocht (onder meer) om de opzegging van de  arbeidsovereenkomst te vernietigen. De werkgever voert verweer. Zij voert aan dat na een onderzoek door een derde wel degelijk onverwijld en op goede gronden de arbeidsovereenkomst wegens een dringende reden is opgezegd. Voor zover de arbeidsovereenkomst nog mocht bestaan verzoekt de werkgever deze te ontbinden wegens verwijtbaar handelen, althans een verstoorde arbeidsverhouding.

Oordeel van de kantonrechter

De centrale vraag in dergelijke zaken, en zo ook hier, is vraag of er in deze zaak sprake is van een dringende reden. Vast staat dat de Director Finance ongewild heeft meegewerkt aan een fraude met grote financiële schade tot gevolg. De grote omvang van de schade maakt echter op zichzelf nog niet dat sprake is van een dringende reden. Wel kan de omvang van de gewraakte transacties een rol spelen bij beantwoording van de vraag wat in de gegeven omstandigheden van deze medewerker mocht worden verlangd. In essentie is het deze vraag die beantwoord moet worden: is hetgeen deze medewerker heeft gedaan en nagelaten van dien aard dat de werkgever het uiterste middel – ontslag op staande voet – mocht inzetten.

De werknemer was als Director Finance eindverantwoordelijk voor de financiën van de werkgever. Het verzoek om grote bedragen over te maken, was in deze functie gebruikelijk. De kantonrechter constateerde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die de werknemer hadden kunnen waarschuwen. Het hoofdkantoor in Frankrijk stelde de gelden beschikbaar. Omdat de betalingen ook daar zonder problemen of vragen werden uitgevoerd, zag de kantonrechter geen dringende reden voor ontslag op staande voet. Ook was de werknemer niet op de hoogte van de fraude. Naar het oordeel van de kantonrechter had in de laatste fase meer oplettendheid van de werknemer mogen worden verwacht, maar het ontbreken daarvan is onvoldoende om een dringende reden op te leveren. De opzegging van de arbeidsovereenkomst wordt vernietigd.

Desondanks blijft de arbeidsovereenkomst niet voortduren. Het wegvallen van dat vertrouwen is gezien de gang van zaken ook begrijpelijk, zo stelt de kantonrechter, en levert naar de situatie op dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet van de werkgever gevergd kan worden. Herplaatsing ligt gezien het voorgaande evenmin in de rede. De arbeidsovereenkomst wordt dan ook ontbonden en het verzoek tot wedertewerkstelling wordt wegens gebrek aan belang afgewezen.

Voorkomen is beter!

Ook hier geldt weer het adagium: “ voorkomen is beter dan genezen”. Manieren om deze vorm van oplichting te voorkomen zijn gelegen in zowel procedures, de techniek en vooral het menselijk handelen. Spamfilters alleen bieden onvoldoende beveiliging. Interne controlemaatregelen kunnen worden aangescherpt  zoals functiescheiding, het vier-ogen-principe, betaalprocedures en verplichte autorisatie bij eventuele afwijkende betaalverzoeken. Investeer bovenal in het vergroten van de waakzaamheid bij werknemers. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt door het oefenen in het herkennen van verdachte mails. Hiervoor zijn hele goede tools op de markt beschikbaar.

"Het blog Juridict.nl verschaft inzicht in het domein Recht en ICT. Dit zowel vanuit juridisch- als vanuit ICT perspectief."