AVG wordt ingezet bij arbeidsrechtelijk geschil

AVG wordt ingezet bij arbeidsrechtelijk geschil

Een werkgever heeft een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een van haar medewerkers ingediend bij de kantonrechter op grond van een verstoorde arbeidsverhouding en/of het disfunctioneren van de medewerker. Dit verzoek heeft de kantonrechter afgewezen. Hierna is de werkgever een verbetertraject gestart met de werknemer. Gedurende dit traject is er een klacht gekomen over de betreffende werknemer. Er is gebleken dat ten minste één collega het gedrag van de werknemer als grensoverschrijdend, althans bedreigend en intimiderend heeft ervaren. De werkgever heeft een bureau ingeschakeld om hiernaar een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren. Gedurende dit onderzoek in de werknemer op non-actief gesteld.

In het kader van dit onderzoek heeft het bureau een interview gehouden met de werknemer. Van het interview is met instemming van de werknemer een geluidsopname gemaakt, die later is uitgewerkt in een schriftelijk verslag. Verder heeft de werknemer e-mails en WhatsApp-berichten aan het onderzoeksbureau verstrekt. In de maanden hierop volgend heeft de werknemer diverse e-mails aan het onderzoeksbureau verzonden waarin zij vragen heeft gesteld over onder meer het vervolg, de transparantie, de vertrouwelijkheid en de rechtmatigheid van het onderzoek en de verwerking van haar persoonsgegevens.

Op grond van de uitkomsten van het onderzoek heeft de werkgever aan de werknemer meegedeeld dat zij de arbeidsovereenkomst met haar wenst te beëindigen, dat gestreefd wordt naar een beëindigingsovereenkomst en dat een ontbindingsverzoek bij de kantonrechter zal worden ingediend, indien een overeenkomst niet tot stand komt. De kantonrechter het verzoek toegewezen en de arbeidsovereenkomst ontbonden.

Het geschil

De kern van het geschil is of de persoonsgegevens van de werknemer onrechtmatig zijn verwerkt in het rapport, dat het onderzoeksbureau in opdracht van de werkgever heeft opgesteld, naar aanleiding van het onderzoek naar vermeend grensoverschrijdend gedrag van de werknemer. De vragen die door de rechtbank beantwoord moeten worden zijn:

  • of het onderzoeksbureau en de werkgever gehouden zijn om de werknemer inzage te verschaffen in die persoonsgegevens,

  • of zij de verwerking van die persoonsgegevens dienen te beperken en

  • of zij gehouden zijn die persoonsgegevens te vernietigen.

De verzoeken van de werknemer zijn gebaseerd op artikel 15, 17 en 18 en artikel 82 AVG, alsmede artikel 35 van de UAVG. Tussen partijen is niet in geschil dat de AVG van toepassing is.

Onrechtmatige verwerking

De werknemer heeft aangevoerd dat het onderzoeksbureau haar persoonsgegevens niet rechtmatig heeft verwerkt, zoals omschreven in artikel 5 en 6 AVG, en dat zij op die grond recht heeft op beperking van de verwerking van haar persoonsgegevens (artikel 18 lid 1 onder b AVG) en op het wissen van de betreffende persoonsgegevens (artikel 17 lid 1 onder d AVG). Hoewel de werknemer heeft meegewerkt aan het onderzoek heeft zij kenbaar gemaakt dat zij geen toestemming geeft voor het delen van deze informatie met derden, waaronder met de werkgever. Daarom, zo stelt de werknemer, is geen sprake van toestemming van de werknemer voor de verwerking van haar persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 onder a AVG.

De werkgever en het onderzoeksbureau beroepen zich op artikel 6 lid 1 onder f AVG slaagt. De rechtbank gaat hierin mee. In deze situatie is de verwerking van de persoonsgegevens van de werknemer noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de werkgever en van een derde. Deze belangen dienen ook te prevaleren boven het belang van de werknemer. Dat de werknemer haar toestemming voor het gebruik van haar persoonsgegevens later heeft ingetrokken is niet van belang, omdat de rechtmatigheid van de verwerking van haar persoonsgegevens kan worden gevonden in artikel 6 lid 1 onder f AVG.

De werknemer heeft verder gesteld dat de verwerking van haar gegevens niet transparant is geweest in de zin van artikel 5 lid 1 onder a AVG. Ook hier gaat de rechtbank niet in mee. De rechtbank is van mening dat de werknemer voldoende duidelijk is geïnformeerd over het doel en de strekking van het onderzoek.

Weliswaar heeft [verzoekster] gesteld dat zij niet is geïnformeerd over de precieze inhoud van de melding van [naam interne klant] , maar een meer specifieke omschrijving was niet noodzakelijk om [verzoekster] inzicht te geven in het doel van het onderzoek.

Verzoek tot beperking van de verwerking

Ingevolge artikel 18 lid 1 AVG heeft de betrokkene onder voorwaarden het recht om beperking van de verwerking van de verwerkingsverantwoordelijke te verkrijgen. Op grond van artikel 34 UAVG jo artikel 12 lid 3 AVG dient de verwerkingsverantwoordelijke binnen een maand na ontvangst te reageren. Artikel 35 UAVG bepaalt vervolgens dat indien de beslissing op het verzoek door de verwerkingsverantwoordelijke genomen is of uitblijft, de betrokkene zich tot de rechtbank kan wenden met het schriftelijk verzoek om de verwerkingsverantwoordelijke te bevelen het verzoek als bedoeld in artikel 18 AVG alsnog toe te wijzen. Hetzelfde geldt voor de verzoeken op grond van artikel 15 en 17 AVG.

De werknemer heeft een beroep gedaan op artikel 18 lid 1 onder b AVG en heeft ten aanzien van het in artikel 34 UAVG genoemde verzoek verwezen naar vijf door haar verzonden e-mails. De rechtbank gaat hierin niet mee en geeft aan dat er geen sprake van onrechtmatige verwerking van de gegevens door het adviesbureau. Bovendien, zo motiveert de rechtbank, kan er alleen een beroep op artikel 18 lid 1 sub b AVG worden gedaan indien de betrokkene zich bij onrechtmatige verwerking verzet tegen wissing. Hiervan is geen sprake.

Verzoek tot wissing

Ingevolge artikel 17 lid 1 AVG heeft betrokkene het recht van de verwerkingsverantwoordelijke zonder onredelijke vertraging wissing van hem betreffende persoonsgegevens te verkrijgen en is de verwerkingsverantwoordelijke verplicht persoonsgegevens zonder onredelijke vertraging te wissen indien een van de in dit artikel opgesomde gevallen van toepassing is. De werknemer heeft een beroep gedaan op de in lid 1 onder d van het artikel genoemde onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens.

Naar het oordeel van de rechtbank is er, zoals hiervoor al gemotiveerd, geen sprake van onrechtmatige verwerking van de persoonsgegevens zoals genoemd in artikel 17 lid 1 onder d jo artikel 6 AVG. De werknemer draagt geen andere gronden aan waardoor ook dit verzoek worden afgewezen.

Verzoek tot inzage

Op grond van artikel 15 AVG heeft de betrokkene het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens en om inzage te verkrijgen in die persoonsgegevens en in andere in dat artikel genoemde informatie.

De rechtbank heeft dit verzoek afwijzen wegens het gebrek aan belang. Vast staat dat de werknemen het rapport heeft ontvangen en dat zij daarmee inzage heeft gekregen in de persoonsgegevens die door het adviesbureau zijn verwerkt. Dat dit bureau andere persoonsgegevens van zou hebben verwerkt is door de werknemer niet althans onvoldoende gemotiveerd onderbouwd.

Geen inbreuk op de AVG

Niet geheel onverwacht wordt als klap op de vuurpijl ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.  De rechtbank komt tot dit oordeel doordat er geen sprake is van een inbreuk op de AGV of het niet voldoen aan een verplichting van de AGV zoals bedoeld in artikel 82 AVG.

"Het blog Juridict.nl verschaft inzicht in het domein Recht en ICT. Dit zowel vanuit juridisch- als vanuit ICT perspectief."