Zorgplicht ook na beëindiging overeenkomst

In dit Blog een mooi voorbeeld van de zorgplicht die je als (ICT)leverancier kunt hebben, ook na de beëindiging van een overeenkomst. Het gaat hier om een kort geding tussen twee ICT partijen die een exitregeling in hun overeenkomst hadden opgenomen. Omdat deze regeling niet werd nageleefd heeft de rechter een tijdelijke voorziening getroffen. Centraal in deze uitspraak staat de bijzondere zorgplicht die een leverancier kan worden toegerekend.

Bijzonder zorgplicht

In het kort geding (C/16/481095/KG ZA/ 19-316) heeft de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland zich uitgesproken over een situatie van “bijzondere zorgplicht”. Het gaat hier om een geding tussen twee ICT leveranciers: Leverancier en afnemer die als reseller gebruik maakt van hostingdiensten van leverancier. Beide waren een partnerovereenkomst met elkaar overeengekomen. Hierin was opgenomen dat de leverancier de onderliggende overeenkomsten met de klanten van de afnemer zou voortzetten na opzegging van de partnerovereenkomst. Dit  gedurende de looptijd van de betreffende onderliggende overeenkomsten. Na de opzegging van de partnerovereenkomst komt de leverancier deze verplichting echter niet na.

Belang van de opdrachtgever staat centraal

Het verschil van mening in deze zaak gaat over de gevolgen van de contractbeëindiging. Niet over de beëindiging zelf. De afnemer vraagt de leverancier de dienstverlening na deze beëindiging door te zetten tot uiterlijk 1 januari 2020. Er wordt nadrukkelijk niet gevraagd om de resterende looptijd van de partnerovereenkomsten uit te dienen. Op grond van art. 7:401 BW heeft de opdrachtnemer een zorgplicht jegens de opdrachtgever. De afnemer is van mening dat de leverancier geen redelijke opzegtermijn in acht heeft genomen en voert aan dat de leverancier zelfs een bijzondere zorgplicht heeft en dat dat deze zorgplicht op de leverancier een zwaardere informatie- en waarschuwingsplicht legt en met zich meebrengt dat de opdrachtnemer bij het uitvoeren van zijn opdracht het belang van zijn opdrachtgever centraal dient te stellen.

De rechter is het met de afnemer eens dat zij op grond van deze zorgplicht de overeenkomsten met haar klanten niet zomaar kan beëindigen en dat de leverancier niet zomaar haar dienstverlening aan de afnemer kan beëindigen en/of geen medewerking kan verlenen aan de migratie van de klantomgeving. Gelet op onder meer het moment van opzegging, maart 2019, en het feit dat de afnemer al is gestart met de migratie veroordeelt de rechter de leverancier tot het voortzetten van de overeengekomen dienstverlening voor een periode tot september 2019.

Exitregeling afspreken

Binnen het BW kennen we het principe van contractsvrijheid. Het beginsel van contractsvrijheid houdt kort gezegd in dat een ieder vrij is om te bepalen met wie hij een contract afsluit en de inhoud van het contract vorm te geven. In een aantal situaties wordt een partij beperkt in het beginsel van contractsvrijheid. Hetgeen partijen met elkaar afspreken is hierdoor in beginsel leidend. Wanneer je als afnemer geen exitregeling afspreekt is dit in beginsel je eigen probleem. Een beroep op de bijzondere zorgplicht (art. 7:401 BW) zoals in deze casus zo nadrukkelijk naar voren komt zou ook hier een beroepsmogelijkheid kunnen zijn.

Artikel 7:401 BW:  De opdrachtnemer moet bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht nemen.

Laat het liever niet aankomen op het oordeel van de rechter en regel het op voorhand  in een goede exitregeling. Want zoals ik vaker afsluit: voorkomen is beter dan genezen!

"Het blog Juridict.nl verschaft inzicht in het domein Recht en ICT. Dit zowel vanuit juridisch- als vanuit ICT perspectief."