Blog over recht en ICT

      rechtenict@juridict.nl

Over WhatsApp en de koopovereenkomst

De rechtbank Limburg heeft recent uitspraak gedaan in een zaak waarbij een verkoper van een woning via WhatsApp heeft ingestemd met een koopovereenkomst voor zijn woning. Twee dagen later heeft deze verkoper echter laten weten de woning toch niet te willen verkopen. De beoogde koper was het hiermee niet eens en heeft in kort geding nakoming gevorderd van de koopovereenkomst.

Schriftelijkhheidsvereiste

In art. 7.2 BW is bepaald dat de koop van een tot bewoning bestemde onroerende zaak of bestanddeel daarvan, indien de koper een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, schriftelijk wordt aangegaan. Als aanvulling hierop, voor het geval dat de verkoper een particulier is, heeft de Hoge Raad in een arrest van op 9 december 2011, de volgende rechtsregel geformuleerd: “Indien mondeling overeenstemming is bereikt over de verkoop van een woonhuis aan een particuliere koper en de verkoper weigert zijn medewerking te verlenen aan het opmaken en ondertekenen van een koopakte, dan mag (ook) de verkoper, mits hij een particulier is, zich erop beroepen dat aan deze mondelinge overeenstemming geen rechtsgevolg toekomt”.

WhatsApp bericht als ondertekening?

De beoogde koper in deze zaak stelt zich op het standpunt dat er aan het schriftelijkheidsvereiste is voldaan nu de verkoper dit via een WhatsApp bericht aan hem heeft bevestigd. Dit bericht, zo stelt de beoogde koper, heeft de schriftelijke ondertekening zoals bedoeld in art. 7.2 BW vervangen waardoor er een geldige schriftelijke overeenkomst tot stand is gekomen.

De kantonrechter stelt dat een schriftelijke koopovereenkomst in deze situatie een onderhandse akte betreft waarvoor op grond van art. 156 lid 1 Rv een vormvoorschrift geldt van ondertekening. De rechter is van mening dat het WhatsApp bericht geen deel uitmaakt van de conceptovereenkomst noch kan worden gezien als vorm van elektronische ondertekening. Volgens de rechter kan het bericht hoogstens worden aangemerkt als een toezegging dat de beoogde koper de concept koopovereenkomst zou gaan tekenen. De rechter komt hiermee tot het oordeel dat er niet aan het schriftelijkheidsvereiste van art. 7.2 BW is voldaan; de koopovereenkomst is niet door de beoogde koper getekend.